| Montessori |
|

|
Wat is montessori-onderwijs?
De montessorionderwijs verschilt wezenlijk van andere onderwijsmethoden, waarin veelal de leerstof centraal staat. In onze methode staat de ontwikkeling van het kind centraal. Een belangrijk uitgangspunt is dan ook het aansluiten bij de natuurlijke nieuwsgierigheid en ontwikkelingsdrang van kinderen, op hun weg naar zelfstandigheid en onafhankelijkheid. De kinderen mogen daarom in hun eigen tempo werken, hun eigen leerroute volgen. De leerkracht stimuleert, observeert en registreert. |
Van daaruit volgende nieuw aan te bieden lesjes. Op een kindgerichte manier halen we in acht jaar tijd uit een kind wat er potentiëel in zit. Niet vanuit een zweverige filosofie, maar op een realistische- operationele manier.
Het montessorimateriaal speelt bij het leren een belangrijke rol. Het materiaal is zo ontworpen dat kinderen hiermee zelfstandig belangrijke dingen kunnen leren en ontdekken. De leerkracht introduceert het juiste materiaal op het juiste tijdstip, door gebruik te maken van de zogenaamde ‘gevoelige perioden’. Onder een gevoelige periode verstaan wij een periode waarin het kind buitengewoon veel belangstelling heeft om iets te leren en onder de knie te krijgen. Bij kleuters is te zien dat ze ineens letters en cijfers willen leren. Door observatie ontdekt de leerkracht de behoefte van het kind en reageert daar op.
|
Een ander uitgangspunt is dat kinderen op een natuurlijke manier veel leren van elkaar. Zo gaat het ook in een gezin en in de maatschappij. Jongeren leren van ouderen en andersom. Daarom zijn onze klassen samengesteld uit drie leeftijdsgroepen. De onderlinge hulpvaardigheid wordt hierdoor ook gestimuleerd. Maria Montessori, een Italiaanse arts en pedagoog, heeft haar werkwijze in het begin van deze eeuw ontwikkeld op basis van haar werk met kinderen.
De methode is nog steeds actueel. De vorm wordt uiteraard voortdurend kritisch getoetst en aangepast aan de eisen van deze tijd. Zo heeft onder andere het realistisch rekenen, het computerondersteund onderwijs, de interne begeleiding en het leerlingvolgsysteem in de afgelopen jaren een vaste plaatsgekregen. Ook is het werken met het internet dagelijks aan de orde. |
Is montessori-onderwijs geschikt voor ieder kind?
Veel ouders vragen zich af of het montessorionderwijs wel geschikt is voor hun kind. Eigenlijk is het antwoord simpelweg: “ja”. De methode gaat uit van de individuele ontwikkelingsbehoeften van het kind. Bij het ene kind gaat alles van een leien dakje. Andere kinderen ontwikkelen zich meer met vallen en opstaan. Natuurlijk is het daarbij zeer belangrijk dat de opvoeding thuis aansluit bij deze uitgangspunten en de ouders gemotiveerd kiezen voor deze onderwijsaanpak.
De werkwijze
Meestal werken de kinderen in de montessorischool individueel en volgens eigen keuze. Ze werken altijd in hun eigen tempo en op eigen niveau. Daarbij leren ze rekening houden met andere kinderen. Een montessorigroep is een echte dynamische werkgemeenschap. ‘Lesjes’ worden individueel aangeboden. Een leerling kan om een lesje vragen, maar ook de leerkracht kan het moment bepalen waarop nieuw materiaal wordt aangeboden. Daarnaast worden er groepslessen gegeven waaraan de hele klas of een deel van de klas deelneemt. Het leren in eigen tempo brengt met zich mee dat dit onderwijstype geen leerstof-jaarklassen-systeem kent. De klassen zijn wat betreft leeftijd en niveau heterogeen samengesteld.

|
De samenstelling en de grootte van de klassen
Het basisonderwijs op de BMS wordt gegeven in groepen voor drie leeftijdscategorieën:
De onderbouwgroepen voor vier- tot zesjarigen (groep 1en 2)
De middenbouwgroepen voor zes- tot negenjarigen (groep 3, 4 en 5)
De bovenbouwgroepen voor negen- tot twaalfjarigen (groep 6, 7 en 8)
De groepsgrootte van de onderbouw is gemiddeld 23 kinderen.
|
Voor de groepen in de midden- en bovenbouw streven we naar een maximum van 28 leerlingen.
De kinderen blijven respectievelijk twee of drie jaar bij dezelfde leerkracht. Zo schuift de leerling steeds op van jongste naar oudste in de groep. Dit heeft een positieve invloed op de sociale ontwikkeling.
De voorbereide omgeving
Wij willen het kind een omgeving bieden die uitnodigt tot leren en tot zelfstandigheid. Dit noemen we de voorbereide omgeving. De school en de lokalen zien er aantrekkelijk en verzorgd uit. Alles wat nodig is om zelfstandig te leren is in het lokaal aanwezig.
Het groepslokaal
Het groepslokaal is door de leerkracht met zorg ingericht. De omgeving bevat herkenbare dingen van thuis, zoals: kamerplanten, poppen, blokken, puzzels, huishoudelijk materiaal (veger en blik, emmers, bezems). Het kind zal zich er al snel thuis voelen.
Alles in de klas is op ‘kindermaat’. Er is een laag aanrecht en de materialen liggen in open, lage kasten. Het kind kan overal zelf bij en is dus niet afhankelijk van een leerkracht. Dit bevordert de zelfstandigheid. In ieder lokaal zijn voor verschillende vakgebieden kasten ingericht waarin materiaal te vinden is.

|
Het montessorimateriaal
Het montessori-materiaal moet mooi zijn, aandacht trekken en de interesse bij het kind opwekken Het materiaal is bewust in een beperkte hoeveelheid in de klas aanwezig. Door deze beperking wordt de overzichtelijkheid bevorderd. Als meerdere kinderen met hetzelfde materiaal willen werken, zullen ze een afspraak moeten (leren) maken over wie het ‘t eerst gebruikt en wie daarna.
Veel materiaal is zo gemaakt, dat het kind zelf zijn fouten kan ontdekken en herstellen. Montessori noemt dat de contrôle van de fout. Voordat een kind met (nieuw) materiaal gaat werken, geeft de leerkracht een ‘lesje’ met het materiaal.
Een lesje wordt alleen gegeven als een kind nieuw materiaal pakt of met het bekende materiaal een moeilijker of andere oefening wil leren. Na een lesje werkt een kind zelfstandig verder. |
Veel activiteiten worden op jongere leeftijd voorbereid. De tekenfiguren in de onderbouw ontwikkelen bijvoorbeeld de handvaardigheid die later bij het schrijven nodig is. Kinderen leren ook indirect door naar andere kinderen te kijken of te luisteren en door klasgenootjes te helpen. Soorten materiaal zijn:
- huishoudelijk materiaal en aankleedrekken
- zintuiglijk materiaal
- motorisch materiaal
- tel- reken materiaal (hiermee wordt al in de onderbouw gewerkt)
- taalmateriaal (loopt uiteen van letters leren tot zinsontleding)
- kosmisch materiaal geschiedenis-, aardrijkskunde-, biologie-, natuur-, en scheikundemateriaal
- materiaal voor muzikale vorming
Het gebruik van deze speciale montessori-materialen en de lesjes neemt af naarmate het kind ouder wordt. Dit komt o.a. doordat het kind steeds abstracter leert denken, waardoor concreet materiaal minder nodig wordt.
Meer informatie over Montessori onderwijs op de BMS kunt u lezen in de brochure 'Verantwoord Kiezen' die u hier kunt downloaden.